ARFID: een eetstoornis die niets met gewicht of lichaamsbeeld te maken heeft

Heb je al gehoord van ARFID? ARFID is een eetstoornis, maar eentje die (nog) weinig gekend is. Er zijn steeds meer aanmeldingen van cliënten met (een vermoeden van) ARFID en daarom willen we dit meer onder de aandacht te brengen.

ARFID is een erkende eetstoornis en staat voor Avoidant Restrictive Food Intake Disorder. Het komt voor bij kinderen én volwassenen. Net zoals bij andere eetstoornissen verloopt het eten moeizaam, maar niet omdat men wil afvallen of ontevreden is over zijn of haar lichaam. Lees zeker verder om te ontdekken wat ARFID precies inhoudt.

 

Wat is ARFID?

Bij ARFID vermijdt iemand bepaalde voedingsmiddelen of eet hij/zij te weinig, waardoor het lichaam niet krijgt wat het nodig heeft. Dit kan leiden tot:

  • tekorten aan voedingsstoffen
  • vermoeidheid of weinig energie
  • problemen met groei (bij kinderen)
  • sociale moeilijkheden (niet durven mee-eten, uit eten gaan vermijden)

ARFID is meer dan kieskeurig eten. Je bent niet ‘gewoon maar’ een moeilijke eter. Ook kan het zijn dat je nooit honger ervaart en/of je bepaalde voedingsmiddelen vermijdt, puur omdat je bang hebt je te verslikken of te kokhalzen. En neen, dit is geen fase of koppigheid. De stoornis komt wel degelijk ook voor bij volwassenen.

ARFID heeft dus niets te maken met gewicht of lichaamsbeeld. De reden om niet te eten ligt ergens anders en ziet er niet bij iedereen hetzelfde uit. Je hebt verschillende types of combinaties:

1. Weinig interesse in eten
Sommigen hebben weinig of geen hongergevoel, waardoor ze vergeten te eten of dit niet als noodzaak zien. Men zit snel vol, wat zeker bij kinderen negatieve gevolgen kan hebben op groei en ontwikkeling.

2. Sensorische gevoeligheid
Eten wordt vermeden door de smaak, geur, structuur of kleur. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat iemand enkel krokante voeding eet of alleen maar voeding in een bepaalde kleur. Iemand met ASS gecombineerd met de eetstoornis ARFID kan voor dit type meer vatbaar zijn.

3. Angst voor de gevolgen van eten
Bijvoorbeeld angst om te stikken, zich te verslikken of te moeten overgeven. Soms ontstaat dit na een nare ervaring, soms groeit de angst geleidelijk.

ARFID is geen fase 

Het helpt dus niet door strenger aan tafel te zijn voor je kind met ARFID. Men gaat niet ineens eten als je lang genoeg wacht en de meeste kinderen zullen er niet ‘zo maar’ uitgroeien. Het ontstaat vaak in de kindertijd en blijft dan ook bestaan in de volwassenheid. Als volwassene kan je sociale beperkingen en schaamte rond eten ervaren. Etentjes zijn niet gewoon maar etentjes, bij je (schoon)ouders gaan lunchen is niet vanzelfsprekend, verrast worden door je partner met iets lekkers van de bakker kan paniek geven.

Wat kan helpen en wat kunnen wij als diëtiste hierin betekenen?

Begeleiding bij ARFID vraagt tijd en maatwerk. Vaak is er een samenwerking tussen diëtist(e), psycholoog en arts, elk met hun eigen rol.  Afhankelijk van de situatie kan begeleiding bestaan uit:

  • duidelijke uitleg, erkenning en inzicht (psycho-educatie)
  • werken aan rust en veiligheid rond eten
  • stap voor stap omgaan met angst of gevoeligheden
  • focussen op wat wel lukt, niet alleen op wat niet lukt
  • aandacht voor voedingstekorten en energie-inname

Wat wij als diëtisten hierin betekenen:

  • Het voedingspatroon in kaart brengen: Niet alleen wat je eet, maar ook hoe, wanneer en onder welke omstandigheden. Daarbij houden we rekening met leeftijd, energiebehoefte en dagelijkse activiteiten. Van hieruit vertrekken we om samen je doelen en behoeften in kaart te brengen.
  • Eventuele tekorten aanvullen: We geven je educatie over voedingsmiddelen en voedingsstoffen, zodat de (eventuele) tekorten in mineralen en vitaminen worden aangevuld. Een bloedonderzoek bij de start van de begeleiding wordt daarbij aanbevolen.
  • Groei en ontwikkeling: Het opvolgen van de groei a.d.h.v. de groeicurves met educatie en concrete tips bij (eventuele) groeiachterstand.
  • Rust en voorspelbaarheid rond eten creëren: Samen zoeken we naar structuur en eetmomenten die haalbaar zijn. Druk wegnemen is hierbij essentieel: eten mag opnieuw iets worden dat kan lukken.
  • Vertrekken vanuit wat wél lukt: ‘Veilige’ voedingsmiddelen vormen de basis. Van daaruit wordt bekeken hoe voeding volwaardiger kan worden gemaakt, zonder meteen nieuwe of moeilijke stappen te eisen. Vandaar dat kleine, haalbare doelen nodig zijn.
  • Begeleiden bij weinig hongergevoel: Soms voelt men weinig of geen honger. Dan wordt samen gezocht naar manieren om toch voldoende te eten, ook zonder duidelijk hongersignaal.
  • Samenwerken met andere hulpverleners: Als angst, stress of sterke vermijding een grote rol spelen, is samenwerking met een psycholoog belangrijk. Wij stemmen onze adviezen hierop af, zodat alles één geheel vormt.

Het doel is niet om ‘alles te leren eten’, maar om te komen tot een haalbaar voedingspatroon dat het lichaam voldoende ondersteunt, afgestemd op de grenzen van de persoon.

Je staat er niet alleen voor!

ARFID is een moeilijke, vaak onzichtbare eetstoornis. Of het nu gaat om een kind, een jongere of een volwassene: met de juiste begeleiding kunnen er stapjes vooruit gezet worden, op een tempo dat veilig aanvoelt.

Herken je jezelf of je kind in dit verhaal? Manou of Ruth begeleiden je graag. Je kan je via de website aanmelden.

Tot snel!

Team Diëtiste Pelt